Concertverslag: Sigur Rós
2008-11-18 13:53 | Vidrar | Geen reacties
Dat de IJslanders van Sigur Rós inmiddels zo groot zijn dat ze tussen The Kooks en Anouk op het affiche van de Heineken Music Hall mogen prijken, is bewonderenswaardig voor het soort muziek dat ze maken. Uiteraard brengt 'het grote publiek' ook mindere kanten met zich mee.




Voorprogramma For A Minor Reflection bestaat uit vier schuchtere jongens uit IJsland. Het geluid dat je kunt halen uit drie gitaren en een drumstel wordt eruit gehaald, maar vernieuwend is het allerminst. Toch: de piepjonge band zal niet iedere week voor 3000 man staan te spelen en dat ze toch overeind blijven verdient waardering.

Uiteraard is vooraf de grote vraag of Sigur Rós de Heineken Music Hall net zo kan betoveren als drie maanden geleden op Lowlands. Destijds vergat de volle Grolschtent even dat het op een festival was en werd iedereen meegenomen in de wondere wereld van de ijle IJslanders. Mensen stonden achteraf niet te klappen, maar vererend hun handen naar voren te buigen. Wie de tent uit liep, hoorde overal dezelfde verhalen om zich heen. Nergens anders meer heen, alles doet afbreuk aan wat je net gezien hebt. Sigur Rós stapte in hun ruimteschip om terug te keren naar de planeet waar ze vandaan kwamen. Maar gisteravond kwam Sigur Rós gewoon uit IJsland.

Aanvankelijk begint de band nóg sterker dan op Lowlands. Svefn-G-Englar is een engelachtig nummer en er wordt meteen goed gebruik gemaakt van de voordelen van de zaal. Het kan intiemer dan onder een festivaltent en zo zorgt dit nummer, waarin zanger Jonsi inventief in de klankkast van zijn gitaar zingt, meteen voor kippenvel.

Daarna zakt het niveau, om verschillende redenen. De belangrijkste daarvan is het gemis van Amiina. De band met de vier jonge IJslandse meisjes is eigenlijk altijd present om een veelvoud aan instrumenten te bespelen die de nummers meer volume en cachet kunnen geven, maar de aankomende geboorte van een Amiina-baby houdt de band thuis. Vooral Hoppípolla en Hafsól bereiken daardoor niet het niveau dat ze halen op het album of bij eerdere concerten. Wat vier zalvende achtergrondstemmen, krijsende violen of subtiele toetspartijen kunnen toevoegen aan de muziek van Sigur Rós, moet niet onderschat worden. Uiteraard hebben niet alle nummers hieronder te lijden: vooral Sæglópur en Inní Mér syngur Vitleysingur komen wel degelijk goed uit de verf en missen hun betoverende uitwerking niet.

De fan die in 1999, ten tijde van het tweede album Ágætis Byrjun, verliefd werd op Sigur Rós heeft de band in de afgelopen tien jaar veel veranderingen zien ondergaan. Elk album werd grootser gebracht dan de vorige, de band tekende bij platenlabel EMI, maakte een film, special editions, dure videoclips, verkoopt een uitgebreide collectie merchandise en wordt gedraaid op 3FM. Mainstream poptempel Heineken Music Hall is dan misschien een logische stap. Sigur Rós for the masses. En misschien is het daarom niet verbazend dat de HMH gisteren ook veel publiek trok dat de clip met die blote tietjes wel schattig vond en daarom maar eens ging kijken. Maar wie het in zijn kop haalt om op het meest kwetsbare moment van een concert een loze kreet de zaal in te joelen, gaat volgende week bij Kane maar als een idioot staan schreeuwen. Dan heb je beroerd weinig kaas gegeten van het hoe en waarom van deze muziek.

Dat publiek, daar kan Sigur Rós natuurlijk ook weinig aan doen, en de band trekt zichzelf tegen het einde nog naar een hele dikke voldoende door de vrolijke uitbarsting van Gobbledigook, het gevoelige All Allright en de toegift der toegiften, Untitled #8. Een overdonderende climax, bijgestaand door een donderende lichtshow en een sneeuwstorm aan confetti die van achter de band de zaal in gespoten wordt. Twee keer keren de vier heren nog terug om een gepaste, bescheiden buiging te maken en dan laten ze ons achter.

En zo toonde het publiek zich niet altijd even intelligent, de HMH zich niet altijd even ingelezen (dat de band promoot als 'breekbare popliedjes', titels verkeerd spelt en niet weet hoeveel albums er nu eigenlijk zijn) en Sigur Rós zich weer iets menselijker dan we voor ogen hielden. Dat neemt niet weg dat ze nog steeds onnoemelijk goed zijn in wat ze doen en nog altijd de kwaliteiten hebben om een menigte, klein of groot, in vervoering te brengen.

Delen |



(optioneel veld)
(optioneel veld)
Soms ben je echt soms ben je het niet, vul maar gewoon oranje in
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.